You are on page 1of 2

Han de Laar

Carnavalszaterdag. Doetinchem een maand geleden. Hagel en sneeuw


vermengen zich met de confetti, die door de uitgestorven Grutstraat dwarrelt.
Samen met mijn verloofde, de jarige schoonmoeder en zwagerlief op weg naar
een etentje bij de Mexicaan. Aornt Peppelenkamp kijkt met een bevroren
glimlach toe, hoe wij ons door de sneeuwstorm heen worstelen. Plotsklaps,
achter het bronzen beeld zie ik hem staan. Lodewijk -‘zeg maar Lou’- Johan
Buttonville. Op de lagere school bij het knikkeren verloor een ieder, door zijn
valse spel, zijn kleurrijkste stuiters. Grijze pottenbakkers waren voor hem niet
interessant. Op de Hogere Burger School handelde hij in alles wat los en vast
zat. Tweedehands lp’s van dubieuze afkomst werden voor grof geld
verhandeld. Een tot Puch omgebouwde Tomos werd geruild voor een
opgevoerde Zündapp. Lou werd tot zijn eigen genoegen, spottend Han de Laar
genoemd. Daor steet e weer; gekleed in boerenkiel, een saxofoon om zijn nek.
Ik kruip nog wat dieper in mijn kraag en wend mijn gezicht van hem af. Te laat!
Hij herkent me. “Hé, Mellema hoe gaat ’t er mee? Jij schrijft toch van die
stukjes voor het Gelders Dagblad? Ik heb binnenkort groot nieuws voor jou! ‘k
Kwam net bij het dweilen in de carnavalsoptocht van de Umdraeyers een
kennis van mij tegen. Een deskundige bij de Nederlandse
Mededingingsautoriteit. Ik kan d’r nu nog niks over zeggen d’r ligt nog een
embargo op. Een omwenteling in het regionale perswezen. Mark my words!”. Ik
bel je nog wel! Ik knik hem niet begrijpend toe en duw de familie het
restaurant in. De dagen erop volgend, hoor ik niets van hem. Ja, zijn
voorspelling kwam uit. Een week na carnaval kwam bij het Gelders Dagblad de
kater. Uitgever Wegener mag van de Mededingingautoriteit De Gelderlander
kopen, mits het Gelders Dagblad wordt verkocht. Tot de dag van gisteren, van
Han de Laar geen teken van leven.

Vrijdagmiddag. In het kader van vijfenvijftig jaar bevrijding rijdt een colonne
van Keep them Rolling door de Achterhoek. Bij sportcomplex de Paasberg in
Terborg wordt gepauzeerd. Op één van de historische legervoertuigen speelt
een dixielandband. Daor steet e weer! Lou legt zijn sax terzijde als hij mij ziet
staan. Hij springt van de legertruck en groet mij amicaal. “Há Melkendiek, ik
zou je nog bellen. Morgen (vandaag red.) dan gaat ‘t gebeuren. Ik heb sinds
het carnaval niet stilgezeten. Ik heb plannen gecommuniceerd met Wegener,
om die krant van jullie te kopen. Wegener gaf helaas geen sjoege. Maar dat
komt nog wel! Ik heb zitten prakkedenken over de pluriforme pers in
Nederland, snel een marktonderzoek geïnitieerd en wat met oud en nieuw geld
geschoven. Wat blijkt: de regionale bladen willen te veel voor landelijk dagblad
spelen. Concurreren zich ermee kapot en krijgen door allerlei bijlagen en
magazines, die geen mens leest, langzamerhand dezelfde dikte als de
Telegraaf of Volkskrant. Mijn bezorger krijgt zaterdags het blad, met goed
fatsoen, niet meer door de brievenbus. Terwijl uit mijn marktonderzoek blijkt,
dat daar de lezers helemaal niet op zitten te wachten. Die wil naast zijn
landelijk courant alleen maar een regionale bijlage. Met echt nieuws uit eigen
streek. En ik begrijp al die commotie bij jullie krant wel. Maar je kent toch de
omgekeerde wet van Cruijff. Elk nadeel hebt zijn voordeel. Vanaf morgen
kunnen geïnteresseerden terecht op www.oudennieuwgeld.nl om zich te
melden als potentieel abonnee. De nieuwe regionale krant die als bijlage bij elk
landelijk verschijnend dagblad geleverd kan gaan worden heeft inmiddels al
een naam: De Graafschap-Bode.” Lachend loop ik verder en zie de stoet
richting Varsseveld vertrekken. Tja, … Keep them Rolling. De Achterhoekse
persen.